Episode 18: Rumble in the jungle (part 1)

Nu sta ik hier... in 't donker, fiezelregen, koud, nacht... Die idioot van een baas van me is gaan slapen en heeft vergeten me binnen te roepen vanop de koer.
Kattendeurtje? Heeft mijnheer blijkbaar nog nooit van gehoord. Normalerwijs laat hij mij en Artuur 's avonds even buiten en roept hij ons na een half uurtje weer binnen. Wel vanavond heeft hij blijkbaar niet opgelet, want alleen Tuur is binnengekomen en ik, ja ik zat achter de boom, nu ja boom is een groot woord, 't is meer een struik met boomallures. Ik zat dus achter de boom bezig met het afleveren van een grote boodschap.

Wenen aan de deur, krabben, harder wenen. Stilte en duisternis. Mijnheer slaapt. Tuur is me even jaloers gedag komen zeggen aan de venster, maar kan ook niet meer doen dan dat. Jaloers vraagt u? Uiteraard. Ik zit buiten in the wild en kan eindelijk eens van naderbij kennis maken met onze katten uit de buurt. Haha, sucker van een Tuur. Morgen vertel ik je mijn avonturen in geuren en kleuren.

"Eindelijk, krijg ik de kans om met je af te rekenen!"

"Wat? Wie zei dat?" Ik kijk naar links, naar rechts, achter me? Niets? Geritsel boven me. Ik kijk op en zie nog net dat de Rosse met een grijns op zijn gezicht een luipaardsprong van de muur naar beneden maakt en bovenop mijn rug terechtkomt!

Mijn hart pompt in mijn keel, krijg geen adem. Probeer weg te komen, naar binnen te vluchten naar de warme woonkamer, maar de deur is dicht. Opeens voel ik zijn tanden in mijn nek. Paniek. Zijn kaken sluiten zich. Ik recht uit alle macht mijn rug, duw me af met mijn achterpoten en slaag er in los te komen.

In de hoek achter de struik kom ik tot stilstand. De Rosse spuwt een vlok van mijn nekharen uit en grijnst me toe. Marlon Brando in the Godfather zou er jaloers van worden.

"Welwel Mickey, finally we meet. En eindelijk kan ik die arrogante huiskater-smoel van jou eens bijwerken. Met je luxeleventje achter die vensters van je." - "Bereid je maar voor op de rammel van je leven."

Nu moet je weten dat de Rosse (hij maakte zijn eerste opwachting in episode 7) een kater is van enorme omvang. Eén brok spieren met een stuk uit zijn oor. Hij is de heer en meester van de daken en ik heb hem reeds meerdere malen bezig gezien al vechtend tegen tal van andere katers die, niet mis te verstaan, ook niet van de poes waren.

De Rosse komt dichter. Zijn staart zo dik als Arnold Schwarzenegger's bovenarm, klauwen uitgeklapt. Zijn lijf dicht tegen de grond gedrukt, klaar om te springen.

Ik besluit mijn moed uit mijn schoenen te halen. Die vuile rotzak denkt toch niet dat ik me hier zomaar ga laten afmaken in mijn eigen achtertuin. Om het met Generaal Patton te zeggen: "De aanval is de beste verdediging" "Banzaaaaai !"

Wordt vervolgd...