Episode 19 : Rumble in the Jungle (part 2)

Mickey zit opgesloten op de koer en wordt daar aangevallen door 'de Rosse', de heer en meester van de daken.

...Ik besluit mijn moed uit mijn schoenen te halen. Die vuile rotzak denkt toch niet dat ik me hier zomaar ga laten afmaken in mijn eigen achtertuin. Om het met Generaal Patton te zeggen: "De aanval is de beste verdediging." "Banzaaaaai!"

Ik duw me af op mijn achterpoten met alle kracht die ik heb. Ik suis recht op de Rosse af. Op het moment dat ik hem recht op zijn smoel ga raken, duikt de smeerlap echter naar rechts en klauwt mijn hele linkerwang open. Bloed gutst naar buiten.

Ik kom neer en draai me onmiddellijk naar de vechtersbaas toe, maar te laat. De tweede klauw is al onderweg en enkele seconden later ligt mijn snoet helemaal open. Ik lijk wel een gatenkaas. Door de slag rol ik op mijn rug en voor ik het besef, springt die rode duivel boven op me. Hij hapt naar mijn nek, maar ik slaag er in hem met mijn voorpoten van me af te houden. Deze kat is echter behoorlijk zwaarder dan mijn gebruikelijke sparringpartner (nvdr.: Tuur) en ik voel dat ik dit niet meer lang kan volhouden. Intussen is mijn linkeroor er ook al aan voor de moeite.

Ik duw met mijn laatste krachten één achterpoot tussen mij en de kater in, even later een tweede. Nu heb ik hem waar ik hem hebben wil...

Ik sla mijn achterste klauwen uit en krab hem éénmaal, tweemaal en een derde maal keihard in zijn onderbuik. Mijn belager schreeuwt het uit en ik voel vacht en bloed tussen mijn achterpoten. Nog een trap en ik slaag er in hem weg te duwen.

Ik spring recht, halfverblind van het bloed dat via mijn oor in mijn oog loopt. Klaar om mijn huid tot het uiterste te verdedigen. Rug recht, klauwen uit, klaar voor de strijd.

Ik verwacht elk ogenblik een tegenaanval, maar zie dat de lafaard zicht heeft teruggetrokken in een hoek en via de boom hopeloos probeert om over de muur van de koer te springen. Hetgeen hem uiteindelijk lukt. Luid miauwend van de pijn loopt hij weg over de daken.

De koerdeur vliegt open en daar staat baasje. Opgeschrikt van het lawaai op de koer. Hij neemt me dadelijk op en draagt me liefdevol naar binnen.

Ik laat me gewillig hangen in zijn armen, uitgeput maar vol trots. Ik voel me de koning te rijk. Terwijl baasje me binnendraagt zie ik Tuur aan zijn voeten staan. Net voor ik in slaap val, in baasjes armen, zeg ik: "Die Rosse zien we voorlopig niet meer terug".